Unique maar nooit perfect voor iedereen

Hoe voelt het, hoe proeft het en hoe ruikt het wanneer Abraham zijn eigen zoon moet offeren?

(Vader met zoon Izaak of Ismael)

Mensen zijn allemaal unique en zijn op aarde met verschillende zoektochten.

Daarom is het vaak niet verstandig om slechts 1 mens in je leven te gaan volgen , al zijn mensen daar vanaf jongs af aan vaak zo gewoon in geworden dat het er vrijwel niet uit te krijgen is. Men wil ergens in kunnen geloven omdat het anders allemaal te onduidelijk voor de mens word. Wanneer je niet een ander mens nog werkelijk zult volgen, zal de chaos van de mens namelijk vaak nog veel te sterk aanwezig zijn  en zul men zelfs bang kunnen worden om alle zekerheid kwijt te raken.

Zekerheid en zekerheden ziien mensen nou eenmaal als iets heiligs waar ze niet buiten denken te kunnen.

Men denkt zich ergens in te kunnen blijven spiegelen, want als men dat niet kan dan slaat er dus een zeer huiveringswekkende chaos toe.

De mens is er vaak niet aan toe om zich te realiseren dat zij zelf in een grote chaos zullen zijn en een evengrote chaos ook naar iedereen uitstralen zonder dat zelf door te hebben.

Mensen streven daarom allemaal een soort van perfectie na die ze in de meeste gevallen nooit of te nimmer zullen kunnen bereiken.

Ze doen dit dus om hun eigen persoonlijke geloof veilig te willen stellen en men gefrustreerd zal worden wanneer deze vaak zeer ijdelie gedachtegang op onwaarheid zal berusten. Men zal spookbenauwd zijn dat dit noodlot zal toeslaan en men zal daarom willen gaan verwerpen van wat iemand tot een te grote stelligheid zal willen deponeren. Want vormt het de overheid en vormt het de meerderheid van stemmen dan lijkt het vaak een soort van eenheidsworst te zijn en is men er bang voor geworden.

 

de wetten van de mens

Schilderij: slavin Hagar die met haar zoon Ismael voor de 2e keer de woestijn in werd gejaagd door haar bazin Sarah.

Hier zien we dus de menselijke wetten achter te voorschijn komen en kunnen we misschien wel gelijk concluderen dat die menselijke wetten die we zondermeer zulllen willen aannemen, werkelijk het meest kwalijke en schadelijk kunnen zijn. Het betekend het meelopen in de wetten die uiteindelijk door mensen bedacht zullen zijn. Meegaan met het gedachtegoed waar men misschien al heel lang een oppositie tegen voelt en men zal terug willen vallen op een misschien wel zeer wankel eigen gevoel dat in ver weg de meeste gevallen nog veel minder zal zeggen.

Hagar

(Abraham die op aanbeveling van zijn vrouw Sarah, als eerste werkelijk vruchtbare daad tot Hagar ingaat)

 

Eigenlijk zullen alle mensen die volgens de menselijke wet leven, feitelijk in het geloof van Hagar zijn.

(de naam Hagar betekend dus letterlijk: vluchteling of stanger) Maar willen we dan zo graag als vluchtelingen door het leven gaan en dus volgens de menselijke wetten gaan leven?

En wie was Hagar zul jij je dan misscihen weer af willen vragen?

Hagar was dus de niet onbelangrijke vrouw die de mens in het  Christendom en de Moslim tegenkomen als de slavin waar aartsvader Abrahem zijn eerste leven bevattende zaad doneerde.

Een zaad van een oudere man tot de veel jongere slavin die haar leven lang al als ondergeschikte had geleefd en hier min of meer normaal was om mee om te gaan. Hagar was een mens die niet veel meer op had met de mens als redelijk en Goddelijk wezen. Wie zou dat wel zijn wanneer je te maken zult hebben met grote onrechtvaardigheid en onredelijkheid en zelfs mishandeld kunt worden wanneer je als antwoord op je bazin de meest innerlijke lusten moet gaan bedrijven met diens toebedeelde echtgenoot?

Sarah was dus de feitelijke baas van Hagar en stond vel boven Hagar binnen de menselijke wetten. Menselijke wetten die gehanteerd konden worden door mensen die er zelf helemaal geen malle moer van hadden begrepen en volledig in strijd met feitelijk een geestelijke waarheid wilden gaan.

Hoe komt de mens toch keer op keer zo vreselijk dom (en dit dus sinds de alleroudste verhalen uit Bijbel, Koran of Joodse Bijbel) en wil men feitelijk deze menselijke wetten blijven volgen?

De mens kan dus in Hagar zijn 

De mens kan dus in Hagar gaan geloven (Koran)

De mens Abraham (vader van velen) ging notabene onder aansporing van zijn eigen vrouw Sarah dus tot deze Hagar in en verwekte hiermee zijn aller eerste kind. Dit was dus alles behalve volgens de werkelijk geestelijke wet van hun aller geestelijke vader God.

Wanneer de mens tot Hagar in gaat komt de mens dus tot het besef van Ismael (= betekenis: God hoort)

Goed, we weten uit de verhalen dat God werkelijk ook tot Hagar barmhartig heeft kunnen zijn. Nadat zij tot op het bot geslagen en vernederd kon worden door haar slavenbaas Sarah, heeft zij de woestijn in moeten vluchten en was ten einde raad.

Maar moeten we dan maar gaan vergeten dat Hagar (die dus niet voor niets de naam van vluchteling of stanger draagt) een feitelijke slaaf was?

Gaan wij concluderen dat dit werkelijk zo is geweest en we tot het besef  kunnen komen dat die onmiskenbaar het geval is geweest, dan mogen we hier toch ook wel een klein beetje bij na gaan denken. Het is namelijk niet onbelangrijk te noemen.

(op dit schilderij nogmaals afgebeeld de beeldschone slavin Hagar wordt door haar baas Sarah toegestaan om met haar eigen man Abraham te gaan vrijen. ( dus om een kind te gaan verwekken)

Daarom kijken we nog even naar de naam Hagar:

01 Hagar

Hagar is een Hebreewse meisjesnaam. Het betekent `vluchteling of stanger`. Extra info: Waar wordt het gebruikt? De naam Hagar wordt voornamelijk gebruikt in de Bijbel. Wat zegt men in andere landen? Hajar (In Moslim landen)Hagir (In Moslim la
Gevonden op http://babybytes.nl/namen/meisjes/Hagar


02 HAGAR

1) Bijvrouw van abraham

2) Bekende personen en groepen

3) Bijbelse vrouw

4) Bijbelse figuur

5) Bijbels figuur

6) Bijbelse figuur of naam

7) Bijbelse naam

8) Geliefde van abraham

9) Moeder van ismaël

10) Meisjesnaam

11) Slavin van abraham

12) Slavin van sarah

13) Slavin van (sarah) abraham, moeder van ishmael

14) Stripfiguur

15) Vrouw van aartsvader
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/HAGAR/1


03 Hagar

Zie Ismaël.
Gevonden op http://www.cultureelwoordenboek.nl/index.php?lem=846

 

 

"IN HAGAR"  zijn betekend dus ook feitelijk (letterlijk en figuurlijk): "IN HET SLAAF ZIJN VERKEREN"

Mijn vraag is dan ook: Hoe kunnen mensen geloven dat er vanuit het slaaf zijn een werkelijk liefdevol begrip zal kunnen zijn?
Hagar is het grote voorbeeld van de mens die een 2e Ismael zal willen voortbrengen.
Een kind dat dus niet al te begripvol zal zijn tot het feitelijk veel jongere broertje Izaak (=kind van de lach)  en die dit " broertje"  op zijn 13 jarige leeftijd smalend en spottend uit wil lachen op het moment dat de tachtigiger Sarah, niet meer in staat zal kunnen zijn om haar zoon Izaak met de borst te voeden. Juist op het moment dat zijn vader een heel groot feest wilde organiseren.

Geur en Geloof

Geur is niet onbelangrijk en is een belangrijk zintuig. Vieze geurtjes stoten af en laten we liever staan, terwijl lekkere geuren ons zouden kunnen doen bedwelmen en ons zeer niet aan zullen trekken.
Vroeger kocht ik wel eens een stinkbommetje of wat ijswater  in het zogeheten fop-winkeltje in de binnenstad van Leeuwarden. Dat was een winkeltje waar je van alles kon kopen waarmee je een ander kon foppen en je kon het zo gek niet bedenken, van  alles hadden ze daar. Van zogenaamde brandende sigaretten, maskers, feestslingers, windenlaters tot aan sinkbommen, ijswater of nepbonbons of vogelfluitjes waarmee je een echt vogelgeluid mee kon maken. Alles verkochten ze in dat kleine fopwinkeltje. Als kind liet ik me er graag voorlichten en uitleg krijgen van hoe je het toe kon passen. Mensen die een dergelijke winkel waren begonnen waren vaak zeer ingenomen met hun handelswaar en wilde het maar wat graag uit gaan leggen. Later kwam ik nog eens een man en medestudent op de kleinkunstacademie tegen en die had dus ook zo’ n winkeltje.
Maar voorbeelden worden duidelijker wanneer je er bij wijze van grap vaak even om kunt gaan lachten of iets werkelijk kunt ondergaan en zo is dat ook met geur. Of je het nu hebt over lekkere of smerige geur, het is zeker een belangrijk ervaringsorgaan voor de mens. En wanneer ik  dan aan geur denk dan denk ik ook nog even aan een bevriende modeontwerpster  die mode ontwierp voor gezette mensen en die mij eens een boek adviseerde van Het Parfum van Patrick Susskinds. Dat verhaal ging dus over een man die op de Parijse vismarkt was geboren en die zo’n sterk reukorgaan had ontwikkeld dat hij zelfs in staat bleek te zijn om met geur van alles te verranderen van wat hij maar bedacht en het boek is eenspannende triller geworden van een moordenaar die als wapen de geur kon hebben.  Het was zo levensecht geschreven dat je de geur door het boek heen kon ruiken en dat is natuurlijk knap als iemand zo kan schrijven. Het is zeker een gave Gods te noemen wanneer je tot die verbeeldingskracht in staat blijkt te zijn.
Ter illustratie van de Bijbel zal het denk ik ook niet geheel overbodig hoeven te zijn, wanneer je bij het onderwerp van het reukoffer je het ook eens zou kunnen gaan ruiken, Want je reukorgaan is natuurlijk best wel erg belangrijk te noemen. Ik begrijp dan ook niet dat dit gebeuren van het prikkelen van het reukorgaan in vele kerken geheel verdwenen kan zijn. Men denkt met alles dus voldoende te kunnen ervaren door enkel er maar aan te gaan denken, terwijl ik vrijwel zeker weet dat de werkelijke prikkeling van een reukorgaan, zeker een toegevoegde waarde kan hebben.
Ik was eens met een Delftse student aan het praten over mijn ervaringsthearie van de kunst, waarop de student plotseling tot mij riep: En ruiken, heb je dat er al in betrokken? Voor hem was het reukorgaan een van de belangrijkste organen om iets tot je te nemen of om je gevoel een wending te geven. Hij stelde hierbij het voorbeeld van het ruiken van het voorjaar na een regensbui en ik moest hem ogenblikkelijk helemaal gelijk geven,
Geur ondergaan is zeker belangrijk en negeer je deze daadwerkelijke ervaring dan is iets vaak minder goed voor te stellen, Van ouds af is de geur natuurlijk ook al van het allergrootste belang in het heilige boek van de Bijbel en zijn er vele kerken die dit gegeven ook zeker niet achterwegen willen laten, En wanneer men het heeft over  zelfs een geuroffer in het tabernakel, zou je dan ter illustratie niet een heel klein beetje van geur mogen gaan ervaren?
Ik zocht het even op en kwam tegen:
De uitleg van geur op: http://www.ruach-christengemeente.nl/zalfolie.html

En het juk zal vernietigd worden vanwege de zalving
Jesaja 10:27 
  (vrije vertaling vanuit King James bijbel)

Of:

Samuël nam de oliehoorn en zalfde hem te midden van zijn broeders. Vanaf die dag kwam de Geest des HEREN op David met kracht. 1 Samuel 16:13
(vrije vertaling vanuit King James bijbel)

In de Bijbel werd het zalven met olie toegepast als een teken van "apart gezet" te zijn voor God. Ook wordt het in verband gebracht met het bezegeld zijn met de Heilige Geest. In de Bijbelse dagen werden koningen gezalfd tot het koninschap. Deze zalving was dan niet de inwijding tot het koninschap, maar veeleer een roeping tot deze zaak.
Zie o.a. 1 Samuël 16:12-13.

In het oude testament werden ook de priesters gezalfd bij de inwijding van hun ambt. Eerst werden zij dan gereinigd door het aanbrengen van het bloed van het offerdier, en op het bloed werd de zalving aangebracht. Vandaar de uistspaak "de zalving komt op het bloed" - Eerst verzoening en dan zalving. Zie Leviticus 8:23-30.

Zalven met olie was een onderdeel van de genezingsbediening van de discipelen. Markus 6:13 zegt dat de discipelen vele zieken zalfden met olie en hen genazen.

Het juk is alles dat voorkomt dat u een leven lijdt dat beantwoordt aan Gods doel, een gezegend en gelukkig leven (psalm 34:9). Alles dat een barrière opwerpt tussen u en God en degene om u heen.
Alles dat uw lichaam beïnvloed ( ziekten, kwalen e.d.) of uw ziel en geest beïnvloed (denken, wil, emoties).
Het juk is zonde, verleidingen, leugens die u geaccepteerd heeft, moeite hebben om u zelf te vergeven of het niet kunnen ontvangen van de liefde van de Vader.

De Here sprak tot Mozes: Gij nu, neem u zeer fijne specerijen: vijfhonderd sikkels vanzelf gevloeide mirre, en half zoveel: tweehonderd en vijftig sikkels, welriekende kaneel, en tweehonderd en vijftig sikkels welriekende kalmoes, en vijfhonderd sikkels kassie,
naar de heilige sikkel, en een hin olijfolie. Gij zult het tot een heilige zalfolie maken, als een zorgvuldig bereid mengsel, zoals een zalfbereider dat bereidt; het zal een heilige zalfolie zijn. (Exodus 30:22-26)

"En tot de Israëlieten zult gij spreken: Dit is voor Mij een heilige zalfolie van geslacht tot geslacht. Op het lichaam van een mens zal zij niet uitgegoten worden, en volgens deze bereidingswijze moogt gij niets soortgelijks maken: zij is iets heiligs, heilig zal zij u zijn. De man die iets soortgelijks zal bereiden en iets daarvan op een onbevoegde laat komen, zal uit zijn volksgenoten uitgeroeid worden."
( Exodus 30 :31-33)

We zullen meer van de zalving begrijpen als we naar Gods specifieke instructies van Mozes kijken, voor de voorbereiding van de zalfolie.  Het symboliseerd de standaard van de Heilige Geest waarmee wij de zalving nu kunnen meten, zoals David die niet meer dezelfde was sinds zijn zalving door Samuël.
Vier oorspronkelijke ‘fijne’ specerijen werden samengevoegd om zodoende de zalfolie te bereiden.
Deze specerijen wijzen naar karakter-kenmerken die aanwezig moeten zijn, voordat mensen in de Zalving van hun leven kunnen gaan tonen wat God door hen heen wil zeggen.

Het volgende is dus van belang met betrekking tot geur in het geloof van God:
500 sikkels Mirre
(Commiphora Myrrha)
Mirre     Mirre staat voor:
lijden in liefde en gehoorzaamheid tot in de dood, opofferen.

De stam van het Hebreeuwse woord heeft als betekenis "bitter" . Deze specerijen representeert het bittere lijden van Jezus als mens hier op aarde, waarbij Hij in de leerschool van het lijden leerde om gehoorzaam te zijn tot in de dood, door Zich te ontledigen van Zijn eigen wil (Hebr. 5:8; Fillip. 2:7-8) De discipel volgt Jezus daarin na door zijn eigen wil te verloochenen en Hem te gehoorzamen (Math 16:24-25).
Het eerst ingredient dat Mozes moest zoeken was vijfhonders sikkels (ongeveer 11 pond) vloeiende mirre. 
Mirre is een specerij die geurig ruikt, maar bitter is van smaak. Mirre doet denken aan  'liefde en lijden’.
Zij die onder de zalving van de Heer leven, weten wat het betekend om te lijden ‘om der gerechtigheid wil’. Ze worden vaak verkeerd begrepen, er wordt over hen gelogen en vaak worden zij bespot. Toch verwacht de Heer dat zij in liefde lijden. Deze liefde te proeven - te lijden - is bitter, maar als u er eenmaal doorheen bent, dan geeft God u een geur die niet te evenaren is. Lijden heeft niets met ziekte te maken, want dat heeft Jezus gedragen.
Teksten
Rom 6:4-14
- Met Hem begraven door de doop in de dood (watergraf) en dood voor de wet der zonde en dus vrij van zonde en dus geen zondaar meer, de zondige natuur is verwolgen door de doop in de dood (watergraf).
Kolossenzen 2:12
- met Hem begraven in de doop (volwassen doop)
Kolossenzen 3:1 - Met Christus opgewekt. 2 Tim 2:11
- Met Hem gestorven en Leven
Rom. 8:13-14
- De werkingen des lichaams doden.
Rom. 8:17
... Als wij delen in Zijn lijden dan delen wij ook in Zijn verheerlijking.
Galaten 2:20 - Met Christus gekuisigd, niet meer mijn ik,...
ROMEINEN 8- Geheel over Vlees en Geest, Hem toebehoren, de Geest is leven vanwege de gerechtigheid.
Lijden en verheerlijking. Let op het gaat hier om het lijden om Christus wil, niet een een of andere ziekten.
GALATEN 5:13-26 - Vlees en Geest, waardoor laten we ons lijden - het verschil is dood en leven.
Fillipenzen 2:8 - Gehoorzaam tot de dood des kruizes
Fillipenzen 3:10 - Aan zijn dood gelijkvormig worden tot opstanding uit de doden.
Rom 12:1 - Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst.

Als wij niet willen sterven aan onszelf door de gemeenschap van het lijden in Christus, dan zullen we aan de opstanding van Christus geen deel hebben.
       
250 sikkels Kaneel
(Cinnamonmum)
kaneel     Kaneel staat voor:
Vurig van hart, heilige jaloersheid voor de eer van God, echtheid.

De Hebreeuwse stam is het woord "Kinnah" wat de betekenis heeft "gloeien of branden".
Door de vurige smaak van deze specerij herinnerd het aan de heilige jaloezie voor de eer en glorie van God. Vurig van hart wil zeggen dat we de zonde met het diepst van onze wezen haten.
Mensen die onde de zalving van God zijn, zullen gloeien en vurig zijn door een vuur dat van binnenuit komt. U zult dit vuur herkennen wanneer u in hun aanwezigheid bent - of je verdraagt ze of je loopt van ze weg vanwege de (liefdevolle) confrontatie. Kaneel is een van de ingredienten van de heilig zalfolie, die gebruikt werd om mensen en dingen apart te zetten (te heiligen). Deze mensen zijn BEPROEFD.
Vervolgens moest hij tweehondervijftig sikkels (ongeveer vijf en een halve pond) zoetgeurende kaneel toevoegen.
Teksten:
1 Petrus 1:6 -
de echtheid van ons geloof wordt beproefd door het vuur van loutering, verheugd u hierin.
Jakobus 1:3 -
Beproefdheid van ons geloof brengt volharding en onberispelijkheid.
Laat dit vuur ons louteren en volmaken.
       
250 sikkels Kalmoes
(Acourus Calamus)
kalmoes     Kalmoes staat voor:
oprechtheid, recht staan, heilg en rechtvaardig, standvastigheid.

Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt heeft de betekenins "een staak of een riet"  In de schrift wordt het vertaald met "rechtstaan' of "oprecht".
Mozes zei: "Doet wat recht is in zijn ogen" (Ex. 15:26)

God droeg Mozes op om tweehonderdvijftig sikkels welriekende kalmoes aan het mengsel toe te voegen. kalmoes is een suikerriet. De suikerrietplant produceert stengels die tot vier en een halve meter hoog worden, rechtop staan en het beste in modderige, natte aarde gedijen. Wat de zalving betreft verwijst suikerriet, of kalmoes, naar ‘rechtstaan in het midden van zonde en verdorvenheid’.  Voordat de suiker uit het suikerriet gehaald kan worden, moet het geplet worden. Hieruit komt dan een geur vrij.Dit doet ons denken dat er niets negatiefs aan Jezus was, toch bonden ze Hem vast en geselde Hem.
Dit was het geuroffer van Zijn liefde aan ons.
Teksten
Kolossenzen 1:21
- als we onbesmet en onberispelijk leven door STANDVASTIGHEID.
1 Korinthiers 15:58 -
wees STANDVASTIG, onwankelbaar, overvloedig in het werk des Heren.
Efeze 6:11
- Doet de wapenrusting Gods aan om STAND TE KUNNEN HOUDEN.
       
500 sikkels Kassie
(Cinnamonmum Cassia)
kassie     Kassie staat voor:
eer geven aan, buigen, onderwerpen, nederigheid

De naam van deze specerij komt van een Heebreeuwse stam die als betekenis heeft "neerbuigen" en "eer geven"  Net als Jezus moeten we alleen voor God in aanbidding neerbuigen (Matth. 16:24-25)
De laatste specerijen die toegevoegd moest worden was vijfhonderd sikkels kassie. De Strong’s concordance vermeldt dat het hebreeuws kernwoord voor kassie qadad is , wat ‘zich vernederen’ betekent. Vernederen spreekt van aanbidding, offeren en toewijding.
Kassie herinnert er dus aan dat Gods zalving niet op hen komt die weigeren in aanbidding hun knieen te buigen of op hen die leven niet volledig aan de Heer overgeven.
Teksten
Fillipenzen 2:5-8
- Jezus is ons voorbeeld die Zichzelf ontledigd heeft en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen. Hij heeft zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood.
Hebr 13:17
- ONDERWERP u aan de voorgangers - 1 Petr 5:5 - aan de oudsten
Rom. 12:1
- Stel je lichaam tot een Gode welgevallig OFFER
2 Kor. 8:7
- overvloedig in geloof, in spreken, in kennis, in volkomen TOEWIJDING en in liefde,..>
Jacobus 4:7
- Onderwerp u aan God
       
Een Hin Olijfolie
olie    

Het essentiele element:  DE OLIJFOLIE
- Symbool van de Heilige Geest

Nadat Mozes deze vier ingredienten bij elkaar had gedaan, gaf God hem de instructie om olijfolie toe te voegen - het element dat alles zou vermengen.

We moeten toestaan dat de olie van de Heilige Geest deze belangrijke kenmerken in ons leven samenvoegt. Zoals Petrus zei over Christus:
Handelingen 10:38
van Jezus van Nazaret, hoe God Hem met de Heilige Geest en met kracht heeft gezalfd. Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren; want God was met Hem.
Zalfolie, met name de olie is ook een symbool van de Heilige Geest, die mensen bekwaam maakt voor een bepaalde opdracht..
       
Voorwaarden

Als we kijken naar de waarschuwingen betreffende het gebruik van de zalfolie mogen we de olie;
- niet op een lichaam van een mens uitgieten - Ex 30:32
- niets soortgelijks maken - Ex 30:32
- niet op een onbevoegde laten komen - Ex 30:33
- Betreffende Het Heilige Reukwerk; ...zult gij niets voor uwzelf maken -Exodus 30:37

Laten we eens kijken naar de werkelijke betekenis van het gebruik van de zalfolie, naar de geestelijke betekenis ervan;
       
Op het lichaam van een mens zal zij niet uitgegoten worden. Exodus 30:32


Alleen diegene die behoorden tot de priestelijke familie werden gezalfd.
Als christen zijn wij een koninklijke priesterschap:

    1 Petrus 2:9 -
Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen.



Op het Pinksterfeest werd de heilige Geest uitgestort, de Heer der gemeente stort Zijn zalfolie op allen uit. Zoals in het oude Verbond de zalfolie op de hoofden van koningen en priesters werd uitgegoten, zo wordt in het nieuwe Verbond door de zalfolie des heiligen Geestes, Gods volk tot een koninklijk priesterdom gezalfd. Nu niet meer een hoogst enkele, bijzonder uitverkoren mens, maar nu velen, velen, allen. Op Pinksterdag vloeide de olie van Jezus uit naar de gemeente, van het Hoofd der kerk vloeide het over Zijn Lichaam. ,,Ziet hoe goed en hoe lieflijk is het, als broeders ook tezamen wonen. Het is als de kostelijke olie op het hoofd, nedervloeiende op den baard, den baard van Aäron, die nedergolft op den zoom van zijn klederen. Het is als dauw van den Hermon (de heilige berg Gods), die nederdaalt op de bergen van Sion" (Ps. 133 :1, 2, 3.) Vanaf het hoofd: Jezus, vloeit de olie neer op Zijn volk, van Hem neer op ons allen. ,,Gij richt voor mij een dis aan voor de ogen van wie mij benauwen; Gij zalft mijn hoofd met olie", zingt David in Ps. 23 :5.

Dit betekent dat alleen het volk van God (uit de Joden en heidenen), zij die in Christus Jezus zijn, oftewel de Geest van God hebben.
Rom. 8:9
- Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe.

De vraag voor u is dan; bent u gedoopt in Geest en vuur!
Matt. 3:11 -
Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben niet waardig Hem zijn schoenen na te dragen; die zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.

Galaten 4:6 -
En dat gij zonen zijt - God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten.

2 Cor 1:22
- Hij nu, die ons met u bevestigt in de Gezalfde en ons heeft gezalft, is God.

Dit is iets wat mensen in het vlees (het zondige natuurlijk-denken, niet op God gericht) niet hebben.
De genade van de Geest kan nooit verbonden worden met het leven in het vlees, de Heilige Geest kan geen karakter worden.
Geen van de vruchten van de Geest is ooit voortgebracht op onvruchtbare grond. We moeten wederom geboren zijn.

Alleen als er een verbinding is met de nieuwe mens, dus als iemand een nieuwe schepping is geworden, kan hij iets weten over de vruchten van de Geest.

De man die iets soortgelijks zal bereiden en iets daarvan op een onbevoegde laat komen, zal uit zijn volksgenoten uitgeroeid worden - Exodus 30:33

In Ex. 30 :33 lezen wij dat het verboden is deze heilige zalfolie ,,op een onbevoegde" te laten komen. In de oude vertaling staat: ,,op iets vreemds." Degenen op wie Pinksterdag de heilige Geest werd uitgestort, waren geen vreemdelingen voor Jezus. Hij werd hier op de meest innige wijze één met hen. Hij kende hen allen en werd van hen gekend. Hij had hen de woorden Gods gegeven. Zij waren gereinigd door Hem tot Zijn eigendomsvolk. Vroeger waren zij dat niet, maar thans waren zij Zijn vrienden. ,,Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn heer doet; maar u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, u heb bekendgemaakt" (Joh. 15 :15). Het is een gave voor Zijn vrienden, Zijn volk, Zijn gemeente, die deel heeft gehad aan Zijn lijden en opstanding, die Hem volgt op Zijn weg, die uitgaat om het evangelie uit te dragen aan alle creaturen. Zij zijn geen nonbevoegden", want zij behoren bij Hem en zijn van Hem.

En wat het reukwerk bertreft, dat gij bereiden zult, volgens deze bereidingswijze zult gij niets voor u zelf maken.
Exodus - 30:37

In Ex. 30 :37
spreekt God met Mozes over het heilige reukwerk, dat hij als een zalfbereider voor Hem bereiden moet, doch "gij zult niets voor u zelf maken." ,,Maar aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen" (1 Cor. 12 :7). En ook bij de uitingsgaven lezen wij steeds weer dat het ,,tot stichting van de gemeente" is (1 Cor. 14 :4, 5). Men bereidt geen heilige zalfolie voor zichzelf, voor eigen zegen, maar voor het lichaam van Christus, de gemeente. De vervulling met de heilige Geest en de (negen) gaven des Geestes ontvangt men niet voor eigen gebruik, maar tot welzijn, ten nutte van de gemeente, opdat zij opgebouwd en krachtig wordt en het koninkrijk Gods daardoor wordt uitgebreid.

Waarom zijn de ingredienten van de zalfolie zo belangrijk?

Omdat de specerijen pas geurig wordt gemaakt door de OLIE,  net zoals de Heilige Geest in ons leven door deze kenmerken wordt versterkt. U heeft misschien alle noodzakelijk specerijen (kenmerken) maar zonder de Heilige geest die ze vermengt – en u leiding en richting geeft – zult u nooit de speciale geur ten leven hebben. Veel mensen zullen nooit de kracht van de Heer die mensen verandert of Zijn zalving ervaren, omdat ze een element missen dat de Heer vereist. Ze kennen de liefde, maar kennen geen lijden om Christus wil. Of ze aanbidden, maar weigeren te offeren.

    "Maar God zij gedankt, die ons te alle tijde in Christus doet zegevieren en de reuk van zijn kennis allerwege door ons verspreidt, want wij zijn voor God een geur van Christus onder hen, die gered worden, en onder hen, die verloren gaan." 1Cor. 2:14-15

De Gezalfde

Het woord Messias (In het Grieks "Christus") betekend ‘de Gezalfde’ en wordt vaak in één adem genoemd met Jezus Christus. Dit betekent dus gewoon: Jezus de Gezalfde. Dat ' Gezalfde ' komt uit de oud - Israelitische gewoonte dat priesters en koningen werden gezalfd wanneer zij in hun ambt werden aangesteld. Bij dat zalven moet je je voorstellen dat er olie over hun hoofd werd gegoten. Het was een symbool van de autoriteit die hen door God werd verleend.
Jezus Christus betekent dus ook: Jezus de Koning. Hij is dan ook de Koning van het komende Koninkrijk van God.
Wie in Hem (Jezus) gaat geloven aanvaardt Hem (Jezus) dus als Koning, als Heer over zijn of haar leven.
In het Oude Testament komt dit woord 39 keer voor. Het woord duidt op een functie, een bepaalde plaats in het plan van God. Het is een karakterisering van een bepaalde positie en taak. Het is een aanspreektitel en geen eigennaam. Mensen met een bijzondere taak worden gezalfd, d.w.z. door de Here aangewezen entoegerust voor hun taak. 
De "Gezalfde van de Here", dus door God Zelf aangesteld.

Elke koning heet gewoon "de gezalfde van de Here" (zie bv. 1 Sam. 24:6,7). Het wordt daar ten aanzien van steeds andere en soms zelfs voor meerdere personen tegelijk gebruikt. Ook priesters werden gezalfde.
En een enkel keertje profeten.
In Leviticus 4:3 is sprake van een gezalfde priester, in Psalm 2:2 over de Here en zijn gezalfde.
In Psalm 105:15 staat: Raakt mijn gezalfden niet aan; letterlijk dus: raakt mijn 'messiassen' niet aan.
Op twee plaatsen blijft het woord onvertaald: er is dan op profetische wijze sprake van de Messias (Dan.9:25,26 SV).
Het NBG geeft ook op deze schriftplaatsen 'gezalfde'.
Vanuit de woordbetekenis en ook het woordgebruik blijkt dat 'messias' geen eigennaam kan zijn van één bepaald persoon.

De olie vloeit ....

Il Kon. 4 :1-7
verhaalt de geschiedenis van een profetenweduwe, die tot Elisa kwam om hulp. De schuldeiser was gekomen om haar beide kinderen als slaven weg te halen, omdat zij haar schuld niet kon betalen. Zij was in grote nood. ,,En Elisa vroeg haar: Wat kan ik voor u doen? Vertel mij, wat gij in uw huis hebt. En zij antwoordde: Uw dienstmaagd heeft niets in huis, behalve een kruikje olie. Toen zeide hij: Ga heen, vraag buitenshuis vaten van al uw buren, ledige vaten; laat het er niet weinige zijn." Dan moest zij de deur sluiten achter zich en haar zonen en deze olie uitgieten in al die vaten en wat vol was, werd weggezet. De vrouw gehoorzaamde en goot de olie in de vaten die de zonen voor haar neerzetten en telkens werd een vol vat weggezet en een nieuw vat aangedragen. Zolang er vaten waren stroomde de olie, maar toen zij alle gevuld waren, hield de stroom op. Er zou meer olie gevloeid hebben indien er meer vaten beschikbaar waren, maar de olie hield op te vloeien toen er geen ledige vaten meer waren.,,En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees" (Hand. 1 :17).

De weduwe verkocht deze olie, betaalde de schuld en leefde met haar zonen van het overige. Satan, de schuldeiser, dreigt met onze schuld en wil ons tot slaven maken. Maar de Man Gods, Jezus, kwam en gaf de olie van de heilige Geest die ons in de vrijheid brengt, want de Geest maakt vrij! Er was genoeg voor alle vaten, die daar waren. In de opperzaal waren 120 ledige vaten, zij werden alle gevuld met vreugdeolie. Maar de olie stroomde verder .... en vulde de andere vaten, duizenden, duizenden vaten werden vervuld en nog steeds stroomt de olie voort, zolang er mensen zijn die zich willen laten vullen. Er is geen tijd dat er wel ledige vaten zijn en geen olie, neen, er is overvloed van olie en het wacht op ledige vaten. Bent u zo’n leeg vat, de olie is daar, laat het u vullen, vervullen. ,,Wordt vervuld met de heilige Geest." De olie in het huisje van de weduwe was vreugdeolie, het maakte een eind aan de nood en bracht vrijheid en welstand voor allen, het zegende op heerlijke wijze.

2 Cor 1:22 -
Hij nu, die ons met u bevestigt in de Gezalfde en ons heeft gezalft, is God.

Reukofferaltaar

Reukofferaltaar met draagringen voor de draagstokken. God trekt  immers mee met zijn volk. Hij is niet als Zeus die onbereikbaar op de Olymus woont!

Reproductie van de tabernakel in de Negev woestijn

Op de grote Verzoendag bracht de hogepriester  een pan met brandende wierook  naar de kist van het Verbond,de ark, als symbolische woonplaats van God de HEER. Hij woonde op het 'verzoendeksel'

Je moet een altaar maken  voor  het branden van reukwerk  Het moet vierkant zijn, één el lang en één el breed en twee el hoog; de horens moeten er een geheel mee vormen.(Ex 30:1)

Het reukofferaltaar bevond zich in het heilige van de tabernakel en van de tempel. Het was met bladgoud overtrokken. Het stond voor het gordijn, dat naar het  heilige der heiligen voerde. Iedere avond en iedere morgen werd er reukwerk op geofferd. Dit gebeurde door het verbranden van wierook of andere kruiden. Verbrande wierook verspreidde een heerlijke geur.En de horens mochten door asielzoeker bij levensgevaar worden beet gegrepen om veilig te zijn

 Geestelijke betekenis 

Alle elementen van de oudtestamentisch eredienst hebben een heen wijzende betekenis. Ze wijzen boven zichzelf uit naar een hogere werkelijkheid. Heel duidelijk zien we dat in de brief aan de Hebreeën. Alle personen en attributen in die eredienst  hebben betrekking op de komende Christus. De figuur van de hogepriester staat in het middelpunt. De echte hogepriester is Jezus (Hebr. 4:14).In heel het Oude Testament gaat het over Hem. Heel die oudtestamentische cultus moeten we zien  in de categorie van de vervulling. De kerk vervangt Israël niet, maar Jezus Christus vervult wat er over Israël is geschreven.

   

Wat is nu de geestelijke betekenis van de reukoffers?  De heerlijke geuren van het reukwerk symboliseren  de verzoenende voorbede van Christus, de grote Hogepriester. Zij symboliseren ook de gebeden en de voorbeden van de gelovigen. De oudtestamentische gelovigen baden ’s morgens en ’s avonds met opgeheven handen. Dat lezen we ook in Psalm 141:2:

Laat, HEER, mijn gebed en mijn handengeheven zijn, tot u gerichtAls reukwerk voor uw aangezicht,Als offers die des avonds brandenOf in de ude berijming: Mijn bee met opgeheven handenKlimt voor Uw heilig aangezichtAs offers die des avonds branden Als reukwerk voor u toe gericht. Heilige der heiligen 

Nog even een herinnering aan wat er in het heilige der heiligen stond lijkt me wel zinvol hier. Daar stond de ark. De ark van  het verbond. Dat was  een houten kist met goud overtrokken. In die ark werden de twee stenen tafels van de wet bewaard, de kruik met manna en de staf van Aäron die gebloeid had. Die ark van het oude verbond was de symbolische residentie van God. Hij troonde op de plaat der verzoening tussen de cherubs.(Ps 99:1)

 Ook een vuurpan 

Op Grote Verzoendag bevond  zich in het ‘heilige der heiligen’ ook een vuurpan met een vuur van gloeiende kolen. Als Aäron het heilige der heiligen was binnengetreden moest hij reukwerk op die gloeiende kolen leggen. (Lev. 16:13). Dan ontstond er een rookwolk. Die rookwolk zou het verzoendeksel op de ark met de verbondstekst aan het oog onttrekken. Nu weten we door allerlei opgravingen, dat de Egyptenaren, de Babyloniërs en de Feniciërs ook al reukoffers brachten. Wierook  branden was aan Israël ook al bekend in Egypte. Is het dan soms allemaal hetzelfde? Nee, want bij Israël hadden die offers een zeer speciale, uitzonderlijke betekenis. Ik geloof  trouwens dat alle religies  buiten het christelijk geloof misvormde echo’s zijn van Gods openbaring (Rom. 1 :21). De welriekende geur  van het reukoffer was een  symbool van de verzoenende voorbede van de komende Christus!!

 Hebr.9:4 

In Hebr 9: 4  lezen we in de vertaling van het NBG dat het gouden  reukofferaltaar in het ‘heilige der heiligen’ stond. U denkt misschien: maar dat klopt toch niet? Het gouden reukofferaltaar stond toch in het ‘heilige’ ? Inderdaad dat is ook zo. Maar in plaats van ‘reukofferaltaar’ kan in genoemde tekst ook ‘reukwerkvat’ worden gelezen. Het woord dat in Hebr. 9: 4 wordt gebruikt komt  twee keer voor in de Griekse vertaling van het Oude Testament, de zogenoemde Septuagint. In beide gevallen gaat het beslist niet over het reukofferaltaar, maar over een soort pot of vat dat verplaatsbaar was. In Hebr. 9 : 4 doelt het  woord op de pan met reukwerk waarmee de hogepriester jaarlijks het heilige der heiligen binnentrad. Volgens de Talmoed was deze pot van zuiver goud. Het reukofferaltaar was alleen met goud overtrokken. Bovendien weten we van Flavius Josefus dat dit gouden vat in het heilige der heiligen bewaard werd. De schrijver  laat inderdaad het reukofferaltaar onvermeld, maar dat ligt ook voor de hand, omdat alle nadruk valt op de actie van de hogepriester met het reukwerkvat. Juist dit attribuut had een belangrijke functie. De hogepriester kon het hele reukofferaltaar niet meeslepen naar het heilige der heiligen. Hij gebruikte slechts het reukwerkvat, dat trouwens ook gevuld was met de gloeiende kolen van het reukofferaltaar.

  

Het verschil tussen het fysieke en het geestelijke vormt sinds mensenheugenis een probleem. Al in de oudheid was dit onderscheid het centrale thema van filosofische bespiegeling. De mensheid is er ook heden nog niet uit. Inmiddels staat in ieder geval een aspect van discrepantie buiten kijf: in de materiële realiteit bestaat het begrip ruimte en plaats.
In een geestelijke wereld zijn ruimte en plaats ondenkbaar. In de geest bestaat slechts begripsmatige ruimte. Vergelijkbare begrippen heten elkaar nabij te liggen terwijl elkaar uitsluitende denkbeelden `ver van elkaar afstaan’.


In de fysieke wereld  is het mogelijk twee stoffen met elkaar te fuseren; in een spirituele wereld is dit onmogelijk. Een materiele wereld is nodig om verschillende en zelfs tegenstrijdige zaken en concepten te verenigen. Het klassieke voorbeeld van deze eenheid in verscheidenheid vormt de mens zelf. Goed en kwaad zijn onverenigbare tegenstellingen; een coëxistentie van moreel en immoreel is ondenkbaar maar in een fysiek lichaam kunnen zij naast elkaar bestaan.

Hierin ligt dezelfde gedachte verwoord als in Jakobs droom, waarin G'd Zelf bovenaan de ladder verscheen. Het is het idee van verbinding en vereniging van alle werelden met G'd, waarin het aardse centraal staat.

Het hele doel van de offerdienst in Tabernakel en Tempel was het versterken van de band tussen G'd en de hogere geestelijke werelden, die op hun beurt de G'ddelijke uitstraling doorsluizen naar onze materiële wereld, waardoor zelfs ons G'dsverduisterende heelal op een hoger plan gebracht zou worden. Op het Loofhuttenfeest – ‘Soekkot’ - werden in het Heiligdom zeventig offers gebracht voor de zeventig archetypen volkeren waardoor de Beschermengelen van alle volkeren verheven werden, hetgeen de hele wereldbevolking ook zelf weer tot een hoger spiritueel niveau verhief. De Tabernakel was niet alleen voor het joodse volk van belang. De hele schepping onderging de verheffende invloed ervan. Sinds de verwoesting van het Heiligdom heeft de wereld in vele opzichten aan spiritualiteit ingeboet. In de Tabernakel maakte G’d contact tussen het eindige en het Oneindige. Dit vormt een wonder want volgens de wiskunde kan dit niet.

Voor het offeren in de Tabernakel bestonden vele redenen. Men kon het Heiligdom bezoeken uit dankbaarheid, na een geboorte, maar meestal ging men om verzoening te zoeken voor zonden. Volgens Nachmanides (12e eeuw) was het doel van het offeren betrokken te worden bij het slachten van het offerdier. Het werd gebracht in plaats van de zondige mens. De offeraar moest zijn handen leggen op het hoofd van het dier. Daarmee gaf hij symbolisch aan, dat hij voelde dat het dier zijn plaats innam op het altaar. De mens ondergaat bij het brengen van een offer een soort plaatsvervangende dood. Hij was in opstand gekomen tegen G’d en wilde weer dichter bij G’d komen. Het offeren was een audiovisuele les. Het wees de weg terug naar het herstel van de band met het Opperwezen.